Sector · Productie en maakindustrie
Energie in productie en maakindustrie: piek, net en zon onder controle
Je lijnen starten om 6 uur, de compressoren slaan aan, de ovens warmen op. Dat ene kwartier bepaalt een groot deel van wat je voor het net betaalt, en of er ruimte is om te groeien.
Kort antwoord
In een productiebedrijf bepalen de gelijktijdige opstart van machines en het toegangsvermogen een groot deel van de nettarieven. Op middenspanning betaal je in 2026 € 30,41 tot € 41,64 per kVA toegangsvermogen en € 48,91 tot € 59,76 per kW maandpiek per jaar (excl. btw). Toegangsvermogen en maandpiek elk met 65 verlagen scheelt bij de laagste tarieven ongeveer € 5.150 per jaar.
Bijgewerkt op 25 september 2026
Het energieprofiel van een productiebedrijf
Een maakbedrijf verbruikt veel, maar vooral in blokken. De ploeg begint, de lijnen starten, de compressoren vullen het persluchtnet en de ovens warmen op. In dat ene kwartier ligt je verbruik vaak veel hoger dan de rest van de dag.
Typische grootverbruikers:
- Persluchtcompressoren, die bij elke opstart en bij elk lek bijspringen;
- Ovens, droogtunnels en harders, die bij het opwarmen het meeste vragen;
- Productielijnen, persen en lasrobots, die tegelijk met de ploeg starten;
- Koeling, afzuiging en verlichting, die de hele dag doorlopen.
Grotere bedrijven zitten meestal op middenspanning, met een eigen cabine. Daar betaal je voor twee dingen apart: het toegangsvermogen dat je met de netbeheerder afspreekt, en de hoogste kwartierpiek van elke maand. Gaat je piek boven het toegangsvermogen, dan kost die overschrijding een apart, hoger tarief. Hoe dat werkt, lees je in de gids over toegangsvermogen en maandpiek op middenspanning.
De hefbomen die in productie het meest opleveren
1. Gelijktijdigheid aanpakken
De goedkoopste kW is die je niet in hetzelfde kwartier vraagt. Laat compressoren en ovens een paar minuten na elkaar starten, warm ovens op vóór de lijnen draaien, of laat een tweede compressor pas bijspringen wanneer de eerste echt niet volgt. Dat kost weinig en is vaak de eerste stap. In de gids over gelijktijdigheid als verborgen oorzaak van je kwartierpiek staat hoe je die toestellen in je data terugvindt.
2. Zon en batterij samen
Een productiehal heeft een groot, vlak dak en verbruikt overdag. Panelen leveren dus meestal naar eigen verbruik. Een batterij voegt twee dingen toe: ze vlakt de opstartpiek af en ze vangt zonnestroom op tijdens pauzes, weekends en stilstand. Op middenspanning weegt vooral de piekfunctie door.
3. Warmte elektrificeren zonder nieuwe piek
Wie van gas naar een warmtepomp of een elektrisch proces overstapt, voegt vermogen toe. Draait die warmtepomp net wanneer de lijnen opstarten, dan stijgt je maandpiek en misschien ook je toegangsvermogen. Met een buffervat en sturing laat je hem warmte maken vóór de opstart of tijdens de zonne-uren. Zo wordt elektrificeren een verschuiving van verbruik, geen extra piek.
4. Netcongestie in industriezones
In veel industriezones is het net vol. De capaciteitskaart van Fluvius kijkt vooruit naar 2035. In oranje zones is enkel nog een flexibele aansluiting mogelijk, in gele zones boven 1 MVA. Met Fall-Back Flex krijg je je volledig gevraagde vermogen, maar mag Fluvius bij pieken tijdelijk afregelen; na een versoepeling door de VNR komen volgens Fluvius ongeveer 760 bedrijven in aanmerking. Een batterij en sturing maken zo'n flexibel contract werkbaar, omdat je zelf kunt bijsturen.
Rekenvoorbeeld op middenspanning
| Vóór | Na | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Toegangsvermogen | 150 kVA | 85 kVA | 65 × € 30,41 = € 1.977 |
| Gemiddelde maandpiek | 134 kW | 69 kW | 65 × € 48,91 = € 3.179 |
| Totaal per jaar | ± € 5.150 |
In dit voorbeeld komt de daling uit een combinatie: gespreide opstart van compressoren en ovens, een warmtepomp die vóór de ploeg bufferwater opwarmt, en een batterij die het restje piek opvangt. Bij hogere tarieven is het verschil groter. Let op: het toegangsvermogen verlaag je pas wanneer je zeker bent dat je piek eronder blijft, anders betaal je de overschrijding.
Waar je op let in productie
- Zonnepanelenplicht: nam je in 2021 meer dan 1 GWh af, dan moet je sinds 1 april 2026 minstens 12,5 Wp per m² horizontale dakoppervlakte leggen, oplopend naar 18,75 Wp/m² in 2030 en 25 Wp/m² in 2035. Voor een dak van 8.000 m² is dat vandaag minstens 100 kWp. Panelen mogen ook op een carport, gevel of grond staan. Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld voor draagkracht. Meer in de gids over de zonnepanelenplicht boven 1 GWh; check je situatie bij het VEKA of je adviseur.
- Groei: plan een nieuwe lijn of warmtepomp mee in je lastprofiel vóór je iets bestelt. Zo koop je geen batterij of aansluiting die binnen twee jaar te klein is.
- Procesveiligheid: sturing mag nooit een proces onderbreken dat niet mag stilvallen. Leg vast welke toestellen verschoven mogen worden en welke niet.
- Fiscaliteit: volgens de huidige regels bedraagt de verhoogde investeringsaftrek voor zonnepanelen, warmtepompen en batterijen voor investeringen in 2026 40% voor kleine ondernemingen en 30% voor grotere vennootschappen, met een Vlaams attest. Laat je boekhouder dat bevestigen.